LOGBOEK 2012

2012. Het gezicht van Cetnov.

Met dank aan Staf plaats ik het door hem geschreven stuk over "Het gezicht van Cetnov". Zo troffen we ons dorp aan in het zomervakantietje van 2012. Een tragikomisch verhaal over ons dorp, rare jongens (die Tsjechen) en lief en leed. Voor het logboek van 2012. Voor mijn wandel en fotobelevenissen kunt u kijken op mijn weblog, De Vogelkijker.

Het gezicht van Cetnov.

Vanaf de allereerste keer dat ik met Marianne hier het dorp in reed zit het beeld op mijn netvlies gebrand. Je kunt er ook niet naast kijken. Een andere toegang tot het dorp is er niet, tenzij over het water. Maar dat is dan weer lastig zonder boot.

Ook op internet is datzelfde beeld het gezicht van Cetnov. Google even op Cetnov en je krijgt dit beeld op je scherm:

 

Op de voorgrond het roze Statek Cetnov, een monumentale hoeve uit het begin van vorige eeuw die thans dienst doet als pension; ietsje meer op de achtergrond, het lijkt wel een beetje timide, een nóg monumentalere hoeve van ruim driehonderd jaar oud. Prachtig gebouw met hier en daar vakwerk in verwerkt. Een stille (en laatste) getuige van het Sudetenduitse dorp Zettendorf, zoals Cetnov heette tot 1945. Na de tweede wereldoorlog werd wat er nog in leven was van de van oorsprong duitstalige bevolking vriendelijk doch dringend verzocht het gebied te verlaten. Maar daar gaat het hier nu niet over.

Het beeld bleef lange tijd ongewijzigd. De ruimingswagen die je op de foto ziet stond er ook steeds bij, al bewoog die af en toe wel eens. Ik zou het niet schrijven als ik het niet zelf had gezien. En gehoord. De beerputten in Cetnov werden er mee geleegd, steevast ergens tussen 6u en 7u. 's Morgens! Om 8u stond het vooroorlogse vehikel alweer op zijn vertrouwde plaatsje. Dat was ook het veiligst voor de ganse bevolking. Na dat uur was de vaste chauffeur/eigenaar van het ding ook niet meer in staat om het te verplaatsen. Nóg een paar uur later wist hij al niet meer dat het ding van hem was. Maar ook dáár gaat het hier nu niet over.

Het beeld bleef dus lange tijd ongewijzigd. Tot enkele jaren geleden er stellingen rond het gebouw kwamen te staan en de hoeve een grondige opknapbeurt kreeg. Gemeten aan de tijd dat het duurde mag gerust van een zéér grondige opknapbeurt gesproken worden. Maar hoe dan ook, het geheel zag er weer heel netjes uit. Gevels, ramen, dak,... alles was als nieuw én... het had een andere kleur gekregen. Een soort van geel. Een heel erge soort van geel. Ik kan het niet met zekerheid bevestigen, maar ik heb een sterk vermoeden dat dat soort van geel niet helemáál de bedoeling was toen de eigenaar het liet schilderen.

 

Een goed jaar tevoren had diezelfde schilder namelijk ook ons huis een renovatiebeurtje gegeven. We mochten vooraf de kleur kiezen aan de hand van een boek met kleurstalen. Al die kleuren konden ook nog eens onderling gemengd worden en die combinaties stonden dan weer in een ander, nóg dikker boek met kleurstalen.

Na een week hebben we de boeken terug gebracht en gezegd dat we het toch maar gewoon bij wit wilden houden. We konden namelijk geen keuze maken. Of het ook "gebroken wit" mocht worden? Gebroken wit was voor ons ook OK.

Toen we enkele maanden nadien weer naar ons huisje reden, zagen we vanuit de verte al een gelige gloed boven het dorp schijnen. De voor- of achtergevel (over die term bestaat een meningsverschil waarover het hier nu niet gaat) was een soort van geel. Een heel erge soort van geel. Fier kwam de schilder ons later op de dag vertellen dat zijn kamaraad nog wat verf op overschot had en dat hij dat dan maar had gebruikt. En of we het goed vonden? Bij gebrek aan een keuzemogelijkheid vonden we het goed. Maar of het dan misschien mogelijk zou zijn de andere muren ook in die kleur te zetten? Hij zou eens kijken wat zijn kameraad nog in zijn garage had staan. Maar daar ging het hier dus niet over.

 

Dinsdag 21 augustus 2012 komen we rond middernacht toe in Cetnov. Ook in Duitsland kom je niet vooruit in de file.

We hobbelen het laatste stukje naar het dorp. Bij U Havlicku, de enige kroeg/restaurant/taverne/ terras/dorpshuis/feestzaal/... , hangt bij het gesloten toegangspoortje een bord met OTEVRENO. Open! Dat hangt al klaar tegen morgen. Zítra. Alles gebeurt hier zítra. Langs de weg hangen blaadjes om iets aan te kondigen. We kunnen niet lezen wat er op staat. Reclame voor op maat gezaagd brandhout is, gezien het seizoen, onwaarschijnlijk. We kunnen ook niet zo direct iets voor de geest halen wat ze nu weer te vieren hebben. Op dat vlak is het een uitermate creatief volkje. Misschien vieren ze deze keer dat er niets te vieren valt. Voor ons is het te laat om het te gaan uitzoeken. We zien het morgen wel. Zítra.

Als ik de volgende morgen het slaapkamerraam open trek zie ik tot mijn verbazing een soort herfsttafereel. Op de achtergrond, tussen de groene bomen eentje die kennelijk al heel erg naar de winter toe leeft. Heel even denk ik dat de vaste chauffeur/eigenaar van de ruimingswagen misschien zijn woonkeet, die daar vlakbij stond, in de fik had gestoken. Die mogelijkheid kon ik evenwel meteen uitsluiten. Dat had hij namelijk het jaar daarvoor al gedaan.

 

We gingen ontbijten en de bruine boom was al snel weer uit mijn gedachten. Maar had ik beter gekeken, dan had ik meteen kunnen zien van welke tragedie de dorre boom een triest gevolg was...

 

Wat ik had kunnen zien... was dat er iets verdwenen was. Er was een dak te weinig. En nog niet eens een kleintje.
Een tijd later kwam Marianne thuis met het nieuws: Het gezicht van Cetnov is niet meer. Opgebrand. In rook verdwenen.

 

Een uit de hand gelopen relatieprobleem en enkele liters benzine bleken te volstaan om het monumentale pand zo goed als volledig te vernielen.



 

De affiches langs de weg waren inderdaad de aankondiging dat er niets te vieren was. Geen reclame voor brandhout, maar een oproep voor wat solidariteit omwille van (heel veel) verbrand hout.

 

Met tombola en bier van 't vat. Jammer dat ik geen alcohol meer drink. Drinken voor het goede doel heb ik altijd een van de betere nobele bezigheden gevonden. Daar bij vergeleken is goulash eten voor het goede doel van een heel andere orde. Het mist iets wat drinken wél heeft. Dat het drie dagen langer tussen je tanden blijft zitten zie ik dan maar als een troostprijs.

Over prijzen gesproken... er was dus een tombola en daar hadden wij dan ook lootjes voor gekocht. Wat de te winnen prijzen waren wisten we niet óf we hadden het weer niet goed begrepen. Wat ons betrof hoefden er zelfs helemaal geen prijzen te zijn. Wanneer de trekking zou gebeuren wisten we ook niet. Het feit dat het hele gebeuren werd opgevrolijkt door het plaatselijke bandje "De Dove Muizen" (ik zweer dat het waar is; die naam, bedoel ik) deed ons sterk vermoeden dat die trekking zítra zou gebeuren. We gingen dus maar op een normaal uur naar huis en vertrouwden onze lootjes toe aan goede vriend Lubos.

Lubos had daarop zítra 's morgens om vijf uur zijn huis terug gevonden. Nog eens een dikke halve dag later arriveerde hij triomfantelijk met onze prijzen aan onze voor- of achterdeur (over die term bestaat een meningsverschil waarover het hier nu niet gaat). In een kruiwagen. Daarbij had hij eerst het niet onaanzienlijke niveauverschil tussen de straat en onze tuin moeten overbruggen om vervolgens geconfronteerd te worden met de betonnen verankering van het bijna onzichtbare camouflagetentje van Marianne. Dat de tombola goed van prijzen was voorzien, bleek uit het feit dat de kruiwagen meer prijzen bleek te bevatten dan het aantal gekochte lootjes. Bovendien zat er bij de prijzen een (demonstratie?)apparaat waarvan de winkelprijs, voor het in de aanbieding was gezet, zo goed als eenderde bedroeg van de totale opbrengst van de avond.

We vroegen Lubos of de vrouw waarvoor de avond was georganiseerd dat apparaat niet zélf kon gebruiken. Zij was tenslotte alles kwijt geraakt bij de brand.
Hij zou het eens vragen. Zítra.
In de winter gaan we nog eens een weekje naar Tsjechië. Tegen die tijd weet hij het. Misschien. Of niet. Bijna zeker.

Of de monumentale hoeve nog zal heropgebouwd worden is nog maar de vraag. In een krantenartikel las ik dat een specialist terzake verklaard had dat een eerste vereiste dan was dat er tegen de herfst al een dak op het geheel zou liggen. In dat geval zou het geheel dan opnieuw (deels) bewoonbaar kunnen worden gemaakt. Er is in het dorp zeker voldoende samenhorigheid om te zorgen voor hulp en (gratis) arbeidskrachten. Maar of er voldoende financiële middelen zullen gevonden worden.... ?
Ik vrees er voor.

 

Het gezicht van Cetnov. Is het weldra alleen nog het wat desolate Statek Cetnov? Misschien kan het wat worden opgevrolijkt door het een tintje geel te geven. De uitbaatster mee op de foto is alvast géén optie. Maar daar gaat het hier niet over. De muren van de hoeve staan nog deels overeind. Is er nog hoop? Het kán altijd nog. De vooroorlogse ruimingswagen heeft ook plaats gemaakt voor een meer moderne, na-oorlogse traktor.
Zo lang dié blijft staan is dit het, geschonden, gezicht van Cetnov:

 

Wordt vervolgd......

 


Laat je opmerking of bericht over deze website achter in het

© M. Wustenhoff, 2003-2011. All rights reserved.